De hoef van het éénhoevig hoefdier.

Geen bekappingsbeurt is dezelfde als de vorige. Er zijn vele situaties en omstandigheden die de vorm, stevigheid en functie van de hoef bepalen. Keer op keer. Daar komt bij dat geen hoef hetzelfde is. Toen ik begon met de hoeven van paarden en andere hoefdieren, ging ik al snel op het Engels en het Duits over. Ik ben meer van de Jip en Janneke taal. In het Engels en Duits wordt dat ook zo beschreven; één naam, die meteen de functie aangeeft. Ik ben gaan reizen en heb vele jaren ervaring opgedaan in een natuurgebied, waar je alles tegen komt wat maar beschreven is over aandoeningen. Ik ga niet over goed of fout schrijven. Ik houd me aan de lessen, aan de feiten en aan de ervaringen, die ik opgedaan heb tijdens mijn werk en tijdens mijn veldstudies.

 

De bloedcirculatie via de hoef.

De mens heeft spieren in de benen om de bloedcirculatie op gang te houden. De hoefdieren hebben daarvoor hun hoeven. Hoefdieren hebben namelijk geen spieren in de benen, zoals bij de mens. De benen van een hoefdier bestaan alleen maar uit pezen, waardoor het bloed niet goed terug het lichaam ingepompt kan worden. Bij het neerkomen van de hoef loopt de hoef vol met bloed, bij het optillen van de hoef gaat het bloed weer terug omhoog het lichaam in.

 

De anatomie en de werking van de hoef.

Zie afbeelding linksboven de tekst.

 

1. Buitenste hoefwand (ook wel gepigmenteerde hoefwand).

De Buitenste hoefwand houdt de hoef bijeen en beschermt de hoef tegen stoten van buitenaf. Als u boven op de Buitenste hoefwand kijkt en naar de haarlijn gaat van het been, dan vindt u daar de Kroon. Is die wit dan werkt het. Is hij niet wit, dan betekent het dat de hoef niet helemaal functioneert. De Kroon werkt als een vetpers, bij iedere stap dat de hoef ingedrukt wordt. Dat Kroonvet voorkomt scheuren en houdt de hoef soepel en werkbaar.

 

2. Teen (ook wel de Ongepigmenteerde hoefwand).

De Teen heeft 8 functies per stap. Die lijn is wit bij een hoef en loopt ver dor in de Hiel (ook wel verzenen).

  1. De Teen zorgt ervoor dat de Kroon weer gaat werken.
  2. Voelen. Wat de ogen zijn voor de omgeving, zijn de hoeven voor de bodem.
  3. Het zweefmoment wordt langer.
  4. Zachte landing, minder snel slijtage.
  5. Sluipen, stil lopen. Dat is om niet makkelijk ontdekt te worden of ongezien te passeren.
  6. Betere doorbloeding door de vering van de Teen.
  7. Bij stilstaan blijft het bloed bewegen in de hoef. Dat komt door de veerkracht van de Teen. Bewegend bloed wordt makkelijker opgepompt dan stilstaand bloed.
  8. Betere afvoer van afvalstoffen en daarmee een gezond werkende lever. Stijfheid in de achterhand heeft vaak als oorzaak, dat de achterste hoeven te lang zijn, of helemaal op de buitenste hoefwand landen. U mag de hoef nooit in één keer helemaal tot op de Teen bekappen. Ten eerste is dan de massa van de hoef weg (Japanse voetjes), en heeft het hoefdier geen evenwicht meer in de bochten. En het kan ook tot gevolg hebben dat het hoefdier (gevoelig) gaat lopen en/of struikelt. Dat laatste gebeurt ook bij te lange hoeven.

 

3. Lamellen (ook wel Witte lijn).

De Lamellen houden het hoefbeen en hoefwand bij elkaar. Het is het natste deel van de hoef en is daarmee ook het kwetsbaarste deel voor schimmels, wat de hoef doet verzwakken. De meest voorkomende kleur bij Lamellen is crème geel.

 

4. Zool.

De Zool vormt zich aan de hand van de bodem. Rotsen in de bergen geven holle zolen, vlakten geven platte zolen. Na 5 jaar verandert de vorm van de Zool niet meer. Met uithollen van de Zool haalt u dood weefsel weg, waardoor de hoef gevoeliger wordt, maar de Zool wordt dan ook dunner en op dat punt dus ook weer gevoeliger.

 

5. Vlezige hoefbal.

Vlezige hoefballen zijn schokdempers bij het landen. En net als bij de Teen wordt het zweefmoment langer, en het is gezond voor het gestel. Het paard blijft soepel en krijgt minder slijtageproblemen.

 

* staat voor één geheel.

 

*6. De Frog:  onderdelen 7, 8 en 9.

Deze onderdelen heten in het geheel tezamen “Frog”. Frog is eigenlijk niet uit het Engels te vertalen. Letterlijk vertaald is dat “kikker”. Maar om deze onderdelen nu ook kikker te gaan noemen, dat is wat vreemd. Daarom houd ik het voorlopig op Frog. De Engelsen zeggen, “keep the hands away from the Frog.” De rede waarom staat hieronder beschreven.

 

*7. Eelt hoefbal.

Eelt hoefballen beschermen de hielen. Haal nooit het dode materiaal van de Eelt hoefballen weg. Het valt er vanzelf af, wanneer er het nieuwe weefsel er onder gegroeid is. Hetzelfde verhaal als bij de Straal.

 

*8. Straal.

Bij het landen zet de hoef uit. De Straal zorgt voor flexibiliteit en bescherming tegen gevoeligheid onder de hoef. Haal nooit het dode materiaal weg, wat op de Straal zit. Boven de Zijgroeven moet dat wel altijd. Maar als u het dode materiaal bovenop de straal weghaalt, dan loopt uw paard op een "babyhuid". De Straal laat automatisch los, wanneer er nieuw weefsel is aangegroeid onder het dode materiaal. Zo zal uw paard op dat punt nooit gevoelig worden.

 

*9. Middelste groef.

De Middelste groef zorgt voor flexibiliteit en is vuil uitstotend bij het landen.

 

10. Zijgroef.

Ook de Zijgroef zorgt voor flexibiliteit en is vuil uitstotend bij het landen.

 

11. Hiel (ook wel Verzeen).

De Hiel zorgt ervoor dat de achterkant van de hoef stevig bijeen blijft. Een paard hoort niet op de Hielen te landen, maar op de Eelt hoefballen. Ten eerste voor de veerkracht. Ten tweede tegen gevoeligheid. U zult gaan merken dat de achterste benen meer en meer soepel onder de buik door gaan bewegen en dat de voorbenen verder naar voren komen en ronder gaan afrollen. Uw hoefdier zal ook lichter landen, en daarop weer krachtiger afzetten naar de volgende stap.

 

12.  Steunsel.

De Steunsels houden de gehele hoefwand (bestaand uit drie delen) bijeen. De Steunsels slijten mee met de vorm van de bodem. De Steunsels kunnen niet meer slijten, wanneer de zool hol is op een platte bodem. Op een gegeven moment gaat het hoefdier op de Steunsels lopen. Het lijken dan net "speerpunten" die ook echt pijn gaan doen. De gang van het hoefdier zal dan korter en korter worden. De Steunsels zijn namelijk net zo hard als de Buitenste hoefwand. Het uiteindelijke resultaat is dubbelgevouwen Steunsels. Ook wel dubbele Zolen genoemd. Het gevolg daarvan is, dat het hoefmechanisme stopt en het paard op "houtblokken" begint te lopen.

 

13. Neus (ook wel Toon).

De Neus is om kracht bij te zetten met de voorwaartse beweging. En de neus is het stabiele draaipunt naar links en naar rechts. Doordat er druk op de Neus is, is de Neus vaak een gevoelige plek voor schimmel. Scheuren zijn dan ook vaak daarvan het gevolg.

 

14. Kwartier.

Een Kwartier is een natuurlijke holling door verschillende oorzaken. Een Kwartier ontstaat wanneer de hoefwand te dun is. Zo voorkomt de hoef dat hij gaat scheuren op die plek. Maar een Kwartier ontstaat ook wanneer de Lamellen loslaten van de hoefwand. De oorzaak kan een verkeerde druk zijn, maar in Nederland toch wel het meest een schimmel. We leven nu eenmaal in een vochtig en nat klimaat. Ga maar eens een week met vochtige sokken lopen, dan ziet u wat ik bedoel. De schimmel zorgt ervoor dat de Lamellen verzwakken en de Hoefwand loslaat van het hoefbeen. Bij deze twee situaties is een Kwartier functioneel. De functie van een Kwartier is, dat de hoef niet alleen zijwaarts uit kan zetten maar ook voorwaarts. Het voordeel daarvan is, dat de hoef sneller herstelt.